Onze diensten
We voorzien ruime tijd voor elke consultatie, zodat we je huisdier grondig kunnen onderzoeken en adviseren. Ook voor vaccinaties, gezondheidscontroles of reisdocumenten ben je hier aan het juiste adres.
Je kan bij ons terecht voor:
- Jaarlijkse vaccinatie en onderzoek
- Seniorcontroles
- Oorontstekingen
- Wondverzorging
- Puppyconsultaties
- Parasietenbestrijding
We voeren zowel routine-ingrepen (zoals sterilisatie en castratie) als meer gespecialiseerde operaties uit. Dankzij onze ervaring én laparoscopische technieken verloopt alles veilig en vlot.
Je kan bij terecht voor:
- Sterilisatie en castratie
- Laparoscopische ingrepen
- Wegname tumoren
- Wondhechting
- Cystotomie
- Amputatie ledematen
Met digitale radiografie, dentale radiografie en echografie kunnen we snel en accuraat diagnoses stellen. Deze technieken zijn onmisbaar bij inwendige problemen, botletsels of controleonderzoeken.
Je kan bij ons terecht voor dentale radiografieën en preventieve tandzorg. Verder bieden we ook uitgebreidere tandbehandelingen onder anesthesie aan. Die worden door onze specialist tandheelkunde Joke Boonefaes uitgevoerd.
Voor een cardiologisch onderzoek of echo kan je terecht bij onze specialist cardiologie Stephane Albers.
Voor dermatologische behandelingen kan je langsgaan bij specialist dermatologie Natalie Van Hoe
Soms is het nodig dat je dier tijdelijk in onze praktijk verblijft. We zorgen voor een rustige omgeving en houden je nauwgezet op de hoogte van de evolutie.
Je dier kan bij ons terecht voor:
- Standaard hospitalisatie
- Infuustherapie
- Toediening van medicatie
- Wondzorg
- Zuurstoftherapie
- Couveuse
Goede voeding is essentieel. We geven persoonlijk advies aangepast aan de levensfase en gezondheidstoestand van je dier. Daarbij verkopen wij ook voeding, zowel onderhoudsvoeding als dieetvoeding.
Dankzij ons in-house labo krijgen we snel betrouwbare bloed- of urinestalen geanalyseerd. Zo kunnen we sneller bijsturen of behandelen. Verder voeren we ook microscopie uit en werken we samen met een extern labo.
Endoscopie, voor minder invasieve diagnostiek.
Je kan bij ons terecht voor:
- Rhinoscopie
- Otoscopie
- Bronchoscopie
Ontdek onze expertises


Cardiologie| Onderzoeken
Diagnose van hartziekten steunt op een combinatie van beeldvorming, elektrische metingen en klinische evaluatie.
Echocardiografie is de belangrijkste onderzoeksmethode in de diergeneeskundige cardiologie. Ze toont klepstructuren, bloedstroom en spierfunctie in detail. Doppleranalyse laat toe om drukverschillen en lekkages te beoordelen, wat cruciaal is voor de juiste diagnose.
Een ECG registreert de elektrische activiteit van het hart en identificeert ritme- en geleidingsstoornissen. Bij langdurige of intermitterende klachten kan een Holtermonitor gedurende 24 uur gebruikt worden.
Verhoogde bloeddruk (hypertensie) komt vooral voor bij katten met nier- of schildklieraandoeningen en belast het hart extra. Nauwkeurige meting helpt om secundaire schade te voorkomen en therapie te evalueren.


Dermatologie| Allergieën & huidproblemen
Allergieën en daarmee samenhangende huidproblemen vormen een groot deel van de dermatologische gevallen bij huisdieren. Allergische reacties – of ze nu veroorzaakt worden door voedsel of door omgevingsfactoren zoals pollen of huisstofmijt – zijn een veelvoorkomende boosdoener van huidklachten. Zulke problemen uiten zich vaak in jeuk, roodheid, kale plekken of huidontstekingen. Een goede diagnose van de onderliggende oorzaak is essentieel om gericht te behandelen en het comfort van het dier te verbeteren.
Allergieën zijn overgevoeligheidsreacties van het immuunsysteem op bepaalde stoffen (allergenen) uit de omgeving of voeding. Bij honden is atopische dermatitis (omgevingsallergie) een van de meest voorkomende huidziekten; naar schatting 10–15% van de honden heeft allergische huidklachten. Dieren met een allergie vertonen vaak intense jeuk en een rode, geïrriteerde huid, en geregeld treden ook oorontstekingen of secundaire infecties op. De aanpak bestaat uit het verminderen van blootstelling aan de allergenen (bijv. vlooien bestrijden of dieet veranderen), het onderdrukken van de jeuk en ontsteking (middels medicatie zoals antihistaminica of corticosteroïden) en waar mogelijk desensibilisatie (specifieke immunotherapie tegen de allergie).
Een jeukende huid (pruritus) is een van de meest voorkomende symptomen bij dermatologische problemen van dieren. Dieren die last hebben van jeuk gaan voortdurend krabben, bijten of likken, wat kan leiden tot roodheid, wondjes en uiteindelijk kale plekken. Jeuk heeft vele mogelijke oorzaken: parasieten (zoals vlooien of mijten) en allergieën zijn vaak de boosdoeners, maar ook bacteriële of schimmelinfecties kunnen bijdragen. Belangrijk is de onderliggende oorzaak aan te pakken, naast het geven van tijdelijke verlichting met jeukstillende middelen, zodat het krabben stopt en de huid kan genezen.
Kale plekken (alopecie) ontstaan wanneer op bepaalde plekken vachtuitval optreedt, waardoor de huid zichtbaar wordt. Dit verschijnsel kan lokaal of over het hele lichaam voorkomen en kent diverse oorzaken. Veel voorkomende redenen voor kale plekken zijn chronisch krabben of bijten door jeuk (bijvoorbeeld bij vlooienallergie of schurft), schimmelinfecties zoals ringworm, of hormonale stoornissen (zoals een schildklierprobleem of de ziekte van Cushing). De huid op kale plekken kan rood, schilferig of verdikt zijn. Voor een effectieve behandeling moet men de oorzaak achterhalen (bijvoorbeeld een parasiet doden, een infectie behandelen of een hormoonafwijking corrigeren) zodat de vacht weer kan aangroeien.
Schilferige huid en huidontstekingen (dermatitis) duiden vaak op een verstoring van de normale huidgezondheid. Schilfers (roos) ontstaan door een versnelde afschilfering van de huid of ophoping van dode huidcellen, wat we zien bij bijvoorbeeld seborrhee of na langdurige irritatie. Een huidontsteking gaat meestal gepaard met roodheid, warmte, zwelling en jeuk; dit kan het gevolg zijn van allergieën, infecties of een combinatie daarvan. Vaak spelen bacteriën of gisten een rol als secundaire invaders op een reeds geïrriteerde huid, waardoor bijvoorbeeld een eenvoudige allergie kan ontaarden in een uitgebreide huidinfectie. De behandeling richt zich op het wegnemen van de uitlokkende oorzaak (bv. allergenen vermijden of een infectie bestrijden) én op symptomatische verzorging van de huid, bijvoorbeeld met medicinale shampoos om schilfers te verminderen en ontstekingsremmende crèmes.


Dermatologie| Infecties & parasieten
Infecties en parasieten zijn veelvoorkomende oorzaken van huidproblemen bij dieren. Ze kunnen leiden tot allerlei huidklachten, van lokale ontstekingen tot algemene jeuk en haaruitval. Bacteriële of schimmelinfecties van de huid ontstaan vaak secundair, bijvoorbeeld na beschadiging door krabben, terwijl parasieten zoals vlooien, mijten of teken direct irritatie en allergische reacties kunnen veroorzaken. Vroege opsporing en behandeling van deze infectieuze oorzaken is belangrijk om te voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot ernstige huidziekten.
Oorontsteking (otitis externa) is een veelvoorkomend probleem, vooral bij honden (het treft naar schatting 7–16% van de honden en ongeveer 4% van de katten). Dieren met een oorontsteking vertonen symptomen als roodheid van de oorschelp, schudden met de kop, pijn bij aanraking en krabben aan het oor. Meestal is een uitwendige oorontsteking een gevolg van een onderliggende oorzaak, zoals een allergie, oorparasieten (oormijt) of een hormonale afwijking. Bacteriën en gisten groeien gemakkelijk in het ontstoken oor en verergeren de klachten door pus en een nare geur te veroorzaken. De behandeling bestaat uit het reinigen van de gehoorgang en het toepassen van oordruppels met ontstekingsremmende en antimicrobiële werking; daarnaast moet de onderliggende oorzaak worden behandeld om herhaling te voorkomen.
Parasieten zoals vlooien, mijten en teken zijn een frequente bron van huidklachten. Vlooien veroorzaken vaak intense jeuk en kunnen zelfs een allergische reactie uitlokken bij gevoelige dieren (vlooienallergie), wat leidt tot krabben, rode bultjes en korstjes op vooral de rug, buik en staartbasis. Mijten zijn microscopisch kleine spinachtigen die verschillende huidaandoeningen kunnen geven: Sarcoptes-schurftmijten veroorzaken heftige jeuk en korstige huidontstekingen (schurft), terwijl Demodex-mijten in haarzakjes kunnen leiden tot kale plekken en soms ontsteking (demodicosis). Oormijten (Otodectes cynotis) nestelen zich in de gehoorgang en geven bruine, korrelige afscheiding en jeuk. Teken bijten zich vast in de huid, wat lokale irritatie kan geven en bovendien kunnen ze ziekten overbrengen. Het voorkomen en bestrijden van parasieten is essentieel: dit omvat regelmatige vlooien- en tekenpreventie en passende behandeling (bijvoorbeeld speciale shampoos, pipetten of tabletten) als een parasitaire infectie vastgesteld is.
Bacteriële huidinfecties ontstaan wanneer bacteriën de huid binnendringen en een ontsteking met pusvorming veroorzaken, een toestand die ook wel pyodermie genoemd wordt. Vaak betreft het Stafylokokken-bacteriën, de meest voorkomende verwekkers van huidinfecties bij hond en kat. Zo’n infectie verschijnt bijvoorbeeld als rode pukkels, puistjes, korsten of natte plekken op de huid, vaak gepaard gaand met jeuk. Bacteriële huidinfecties treden dikwijls secundair op – bijvoorbeeld na het openkrabben van jeukende plekken of bij een verzwakte huidbarrière door een andere huidaandoening. De behandeling bestaat uit het gericht bestrijden van de bacteriën (bijv. met antibacteriële shampoos of antibiotica bij ernstige infecties) en het wegnemen van de onderliggende oorzaak om terugkerende infecties te voorkomen.
Schimmelinfecties van de huid worden veroorzaakt door dermatofyten (schimmels die de huid, haren of nagels aantasten) of door gisten. Een bekende dermatofytose is ringworm (huidschimmel) bij honden en katten, die ronde kale plekken met schilfers en korstjes veroorzaakt. Ringworm wordt meestal veroorzaakt door schimmels van het geslacht Microsporum (zoals Microsporum canis) of Trichophyton, en is bovendien besmettelijk voor de mens (zoönose). Gistinfecties, zoals Malassezia dermatitis, komen ook voor: hierbij veroorzaakt een overgroei van de normale huidgist een rode, vettige en jeukende huid, vaak op plaatsen als de liezen, oksels, oren of huidplooien. Schimmelinfecties worden bestreden met antischimmelbehandelingen – dit kan lokaal (bijvoorbeeld met speciale shampoo, zalf of spray) en/of systemisch met orale medicatie, afhankelijk van de ernst. Bij ringworm is ook omgevingshygiëne van groot belang, omdat schimmelsporen in de omgeving lang kunnen overleven en herinfectie kunnen geven.


Dermatologie| Systemische oorzaken
Sommige huidproblemen worden veroorzaakt door onderliggende systemische aandoeningen, waarbij het probleem niet primair in de huid zelf ontstaat maar door een algehele ziekte of afwijking in het lichaam. Twee belangrijke groepen zijn hormonale stoornissen en immuungemedieerde ziekten. Dergelijke aandoeningen kunnen zich uiten in symptomen als haaruitval, veranderingen in huiddikte of kleur, en wondjes of korsten die moeilijk genezen. Het herkennen van een systemische oorzaak is belangrijk, omdat de huid pas kan herstellen wanneer de onderliggende ziekte wordt behandeld.
Hormonale aandoeningen (endocriene problemen) kunnen duidelijke effecten hebben op de huid en vacht van dieren. Een bekend voorbeeld is hypothyreoïdie (een te traag werkende schildklier) bij de hond, waarbij vaak symmetrische kaalheid ontstaat, de vacht droog en dof wordt en de huid verdikt en hyperpigmenteert. Een ander voorbeeld is hypercortisolisme (het syndroom van Cushing), een overmaat aan het stresshormoon cortisol. Honden met Cushing hebben vaak een dunne, kwetsbare huid met symmetrische kaalheid op de romp, soms met zichtbare bloedvaatjes en vele mee-eters; ook genezen wondjes traag en kunnen er verkalkingen in de huid optreden. Zelfs overmaat of tekorten aan geslachtshormonen kunnen haaruitval of huidverkleuring veroorzaken. Bij de behandeling van hormonale huidaandoeningen richt men zich op het corrigeren van de hormoonbalans (bijv. met medicatie of chirurgie), waarna de huidafwijkingen meestal geleidelijk verbeteren.
Immuungemedieerde huidziekten zijn aandoeningen waarbij het immuunsysteem van het dier ten onrechte lichaamseigen huidcellen of -structuren aanvalt. Het gevolg is vaak een ernstige huidontsteking met speciale kenmerken. Een voorbeeld is pemphigus foliaceus, de meest voorkomende auto-immuun huidaandoening bij honden, katten en paarden. Bij pemphigus vormen zich oppervlakkige blaren en pusgevulde blaasjes die snel indrogen tot korsten, met name op de neusbrug, rond de ogen, oren en soms de voetkussentjes. Ook andere immuungemedieerde ziekten, zoals lupus of vasculitis, kunnen huidzweren, depigmentatie of verdikte littekenachtige plekken geven. Deze aandoeningen zijn zeldzaam en meestal chronisch; de behandeling bestaat uit langdurige toediening van afweeronderdrukkende medicijnen (zoals corticosteroïden of andere immunosuppressiva) om de abnormale immuunreactie te dempen, vaak levenslang om terugval te voorkomen.


Dermatologie| Huidknobbels & tumoren
Huidknobbels (bulten of gezwellen) bij dieren vormen een zeer heterogene groep van aandoeningen. Een “bult” kan uiteenlopen van een onschuldige cyste of vetbult tot een ernstigere tumor, en soms betreft het ook een ontstekingsproces zoals een abces of granuloom. Met het blote oog is het vaak niet te onderscheiden wat voor soort knobbel het is; daarom is nauwkeurige identificatie nodig voor een juiste aanpak. De dierenarts zal dikwijls aanvullend onderzoek uitvoeren, bijvoorbeeld een dunne-naald aspiratie voor cytologisch onderzoek of een biopsie, om de aard van de knobbel vast te stellen. Pas na zo’n onderzoek kan bepaald worden of een afwachtende houding volstaat (bij duidelijk goedaardige zwellingen) of dat chirurgische verwijdering of verdere behandeling noodzakelijk is.
De term huidgezwel verwijst naar elke abnormale massa of knobbel in of op de huid. Het kan gaan om een goedaardig gezwel (bijvoorbeeld een lipoom – vetbult, of een talgkliercyste) maar ook om een kwaadaardige huidtumor (zoals een mastceltumor of melanoom). Ook niet-neoplastische processen, zoals een ontstekingsbult of een abces, kunnen er als een gezwel uitzien. Om vast te stellen met welk type huidgezwel we te maken hebben, zal de dierenarts vaak cellen uit de bult halen met een naald (fijne-naald aspiratie) of een stukje weefsel via biopsie nemen voor onderzoek. Op basis van de resultaten kan vervolgens een behandelplan worden gemaakt: sommige onschuldige bulten kunnen blijven zitten onder toezicht, maar in de meeste gevallen is chirurgische verwijdering aanbevolen, zeker bij snelgroeiende of kwaadaardige tumoren.
Sommige huidaandoeningen of letsels zijn van die aard dat ze met chirurgie of speciale ingrepen behandeld moeten worden. In deze categorie vallen problemen waarbij er een ophoping of beschadiging is die niet spontaan geneest, of een anatomische afwijking die continu huidproblemen veroorzaakt. Voorbeelden zijn een bloeduitstorting in de oorschelp (oorhematoom), een abces onder de huid, of huidplooien die chronisch ontstoken raken. In zulke gevallen kan een tijdige chirurgische ingreep het herstel sterk bevorderen en voorkomen dat het probleem telkens terugkeert.
Een oorhematoom (ook wel “bloedoor” genoemd) is een bloeduitstorting in de oorschelp. Hierbij scheurt een bloedvaatje binnenin het oor en hoopt bloed zich op tussen de huid en het kraakbeen, wat een zachte, met vloeistof gevulde zwelling in het oor geeft. Zo’n bloedoor ontstaat meestal door heftig schudden of krabben vanwege oorpijn of erge jeuk, bijvoorbeeld bij een oorontsteking of oormijtbesmetting. Het oor ziet er dan dik en ballonvormig uit en kan voor het dier pijnlijk zijn. De behandeling van een oorhematoom bestaat doorgaans uit het (chirurgisch) openen en leeghalen van de bloedzak en vervolgens het aanbrengen van hechtingen of een drukverband zodat de ruimte tussen huid en kraakbeen weer verkleeft. Ook wordt altijd de onderliggende oorzaak (zoals een oorinfectie) behandeld om te voorkomen dat het hematoom zich opnieuw vormt.
Een abces is een met etter (pus) gevulde holte onder de huid, ontstaan door een lokale bacteriële infectie. Bij honden en katten ontstaan abcessen vaak na een bijtwond of ander perforerend letsel, waarbij bacteriën diep in de weefsels terechtkomen en een afgekapselde ontsteking veroorzaken. Zo’n ontsteking “rijpt” dan uit tot een holte gevuld met pus (een mengsel van bacteriën, dode cellen en weefselresten). Een onbehandeld abces kan uiteindelijk openbarsten en naar buiten draineren, maar geneest dan zelden volledig en komt vaak weer terug zolang de infectiehaard aanwezig is.
Bij sommige rassen (zoals mopshonden, bulldogs of Shar-Peis) kunnen diepe huidplooien – bijvoorbeeld een gezichtsrimpel over de neus of een zware staartplooi – leiden tot chronische irritatie en huidontstekingen. In zo’n huidplooi is het vaak warm en vochtig, een ideale omgeving voor bacteriën en gisten die jeuk en infectie veroorzaken. Een bekend voorbeeld is de neusrimpel van de Mopshond, die geregeld voor pijnlijke huidontstekingen zorgt; vaak blijkt het nodig om deze rimpel operatief te laten verwijderen. Het chirurgisch verwijderen van een huidplooi houdt in dat de overtollige huid weggesneden wordt en de randen weer aan elkaar gehecht worden, zodat er een gladder oppervlak ontstaat. Deze ingreep wordt alleen uitgevoerd als schoonmaken en medicinale zalven niet afdoende helpen en het dier lijdt onder voortdurende ontstekingen. Na het weghalen van de huidplooi geneest de huid doorgaans en verdwijnen de chronische klachten, wat de levenskwaliteit van het dier aanzienlijk verbetert.


Diagnostische beeldvorming| Radiografie
Radiografie is een van de meest gebruikte technieken om een eerste beeld te krijgen van het skelet, borstkas of buik. Hier lees je meer over de toepassingen en varianten van dit onderzoek.
Standaard röntgenopnames geven snel inzicht in botstructuren en de ligging van organen. Ze worden vaak gebruikt om fracturen, longafwijkingen en veranderingen in de borst- of buikholte op te sporen. Het onderzoek is breed inzetbaar en relatief snel uitvoerbaar. Radiografie vormt vaak een eerste stap in het diagnostisch proces.
Dentale radiografie is essentieel bij het beoordelen van tand- en kaakaandoeningen. De beelden tonen structuren die bij een klinisch onderzoek niet zichtbaar zijn, zoals tandwortels en kaakbot. Hierdoor kunnen onderliggende infecties, resorpties of breuken worden opgespoord. Dit onderzoek ondersteunt een nauwkeurige diagnose en gerichte tandheelkundige behandeling.


Diagnostische beeldvorming| Echografie (ultrasound)
Echografie geeft met geluidsgolven gedetailleerde beelden van organen, spieren en bloedvaten. In dit onderdeel lees je hoe de techniek wordt toegepast in de diergeneeskunde.
Een standaard echografisch onderzoek geeft inzicht in de organen van de buik en borstkas. Abdominale en thoracale echografie maken het mogelijk om structuur, grootte en doorbloeding te beoordelen. Het onderzoek is niet-invasief en kan in real time worden uitgevoerd. Echografie is een belangrijk hulpmiddel bij het stellen van een nauwkeurige diagnose.
Echografie is een veilige en betrouwbare methode om dracht vast te stellen bij verschillende diersoorten. Het onderzoek maakt het mogelijk om de aanwezigheid en ontwikkeling van de embryo’s te beoordelen. Ook kan informatie worden verkregen over vitaliteit en het verloop van de dracht. Drachtcontrole ondersteunt een correcte opvolging tijdens de zwangerschap.


Diagnostische beeldvorming| Video-endoscopie
Met endoscopie kunnen luchtwegen, maag-darmkanaal of andere organen van binnenuit bekeken worden. Het is een waardevolle techniek voor zowel diagnose als behandeling.
Diagnostische endoscopie maakt het mogelijk om inwendige structuren zoals neus, luchtwegen, slokdarm, maag of blaas rechtstreeks te bekijken. Het onderzoek biedt gedetailleerd zicht op slijmvliezen en afwijkingen. Indien nodig kunnen tijdens de procedure ook stalen worden genomen. Endoscopie levert waardevolle informatie met een minimaal invasieve aanpak.


Gedrag| Angst & stress
Angst en stress zijn natuurlijke reacties, maar worden problematisch wanneer ze te hevig of langdurig aanwezig zijn. Ze kunnen leiden tot vermijdingsgedrag, agressie of lichamelijke klachten. Een gedragsanalyse en aangepaste therapie helpen de onderliggende oorzaak te begrijpen en de angst te verminderen.
Verlatingsangst komt vaak voor bij honden die paniek ervaren wanneer ze alleen worden gelaten. Typische signalen zijn blaffen, onrust, vernielgedrag of onzindelijkheid bij afwezigheid van de eigenaar. Behandeling bestaat uit gedragstherapie gericht op geleidelijke gewenning aan alleen zijn, gecombineerd met voorspelbare routines en soms medicamenteuze ondersteuning.
Harde geluiden zoals onweer of vuurwerk kunnen intense angstreacties oproepen. Het dier kan trillen, vluchten of zich verstoppen. Desensitisatie en tegenconditionering helpen het dier te leren omgaan met deze prikkels. In ernstige gevallen kunnen tijdelijk kalmerende middelen worden ingezet tijdens de training.


Gedrag| Agressie
Agressie is een complexe gedragsvorm met uiteenlopende oorzaken, gaande van angst en pijn tot territoriale of sociale spanningen. Een grondige gedragsanalyse is essentieel om het type agressie te bepalen en een veilige, effectieve behandeling op te starten.
Agressie tegenover mensen kan voortkomen uit angst, verdediging, pijn of dominantiegerelateerde triggers. De aanpak richt zich op het herkennen van waarschuwingssignalen, het vermijden van provocatie en het heropbouwen van vertrouwen via gecontroleerde interacties.
Agressie tussen huisdieren kan te maken hebben met territorium, angst of verkeerde sociale introductie. Therapie bestaat uit gecontroleerde blootstelling, beloningsgericht gedrag en managementmaatregelen om escalatie te voorkomen.


Gedrag| Onzindelijkheid
Onzindelijkheid is een frequent gedragsprobleem bij honden en katten. Het is belangrijk medische oorzaken uit te sluiten voordat met gedragsbegeleiding wordt gestart. De behandeling hangt af van de aanleiding, zoals stress, territoriaal gedrag of fout aangeleerd plasgedrag.
Sproeien of plassen buiten de kattenbak kan voortkomen uit stress, territoriaal gedrag of aversie voor de kattenbak. De aanpak omvat gedragsanalyse, aanpassing van de omgeving, het verbeteren van de kattenbakhygiëne en het verminderen van stressfactoren.
Bij honden ontstaat onzindelijkheid vaak door onvoldoende zindelijkheidstraining, medische problemen of verlatingsangst. De behandeling combineert heropvoeding, duidelijke routines en beloningsgericht gedrag. In sommige gevallen is medische opvolging noodzakelijk.


Interne geneeskunde| Luchtwegen & longen
Aandoeningen van de luchtwegen en longen veroorzaken vaak hoesten, benauwdheid of verminderde conditie. Dit onderdeel bundelt de belangrijkste ziekten en hun behandelingsopties.
Pneumonie is een ontsteking van de longen die kan ontstaan door infecties, aspiratie of onderliggende aandoeningen. De aandoening veroorzaakt vaak hoesten, benauwdheid, koorts en sloomheid. De diagnose wordt gesteld op basis van klinisch onderzoek en beeldvorming. De behandeling is gericht op de oorzaak en ondersteuning van de ademhaling.
Chronische bronchitis is een langdurige ontsteking van de lagere luchtwegen. Ze veroorzaakt vaak aanhoudend hoesten en kan gepaard gaan met benauwdheid of verminderde inspanningstolerantie. De diagnose steunt op klinische symptomen en aanvullend onderzoek. De behandeling richt zich op het verminderen van ontsteking en het ondersteunen van de ademhaling.
Bij tracheacollaps verliest de luchtpijp gedeeltelijk haar stevigheid en klapt ze tijdens de ademhaling samen. Dit kan leiden tot hoesten, benauwdheid en inspanningsintolerantie. De diagnose wordt gesteld met klinisch onderzoek en beeldvorming, soms aangevuld met fluoroscopie of endoscopie. De behandeling varieert van medicamenteuze ondersteuning tot chirurgische ingrepen, afhankelijk van de ernst.
Pleura-effusie en longmassa’s kunnen de longfunctie ernstig belemmeren. Dit leidt vaak tot benauwdheid, hoesten en verminderde inspanningstolerantie. De diagnose wordt gesteld met beeldvorming en, indien nodig, analyse van pleuravocht. De behandeling is afhankelijk van de oorzaak en kan bestaan uit drainage, medicatie of chirurgie.


Interne geneeskunde| Maag- & darmstelsel
Spijsverteringsproblemen komen veel voor en kunnen uiteenlopen van milde klachten tot chronische aandoeningen.
Braken is een veelvoorkomende klacht bij huisdieren en kan uiteenlopende oorzaken hebben. Het kan wijzen op problemen in het maagdarmkanaal, maar ook op systemische aandoeningen. De aard, frequentie en duur van het braken geven belangrijke diagnostische aanwijzingen. Een gerichte aanpak is nodig om de onderliggende oorzaak correct te behandelen.
Diarree en obstipatie zijn veelvoorkomende maag-darmproblemen bij huisdieren. Ze kunnen acuut of chronisch verlopen en uiteenlopende oorzaken hebben. Veranderingen in frequentie, consistentie en duur van de ontlasting geven belangrijke diagnostische informatie. Een gerichte diagnose is noodzakelijk om een passende behandeling in te zetten.
Voedselintoleranties en -allergieën kunnen zowel maagdarm- als huidklachten veroorzaken. Typische symptomen zijn diarree, braken, jeuk en oorontstekingen. De diagnose gebeurt meestal via een eliminatiedieet. De behandeling bestaat uit het vermijden van de uitlokkende voedingsstoffen.
IBD is een chronische ontstekingsaandoening van de darmen. Ze veroorzaakt vaak langdurige diarree, braken en gewichtsverlies. De diagnose vereist gespecialiseerde onderzoeken en het uitsluiten van andere oorzaken. De behandeling is gericht op het onder controle brengen van de ontsteking en het verbeteren van de levenskwaliteit.
Een darmobstructie ontstaat wanneer de darmpassage wordt geblokkeerd, bijvoorbeeld door een vreemd voorwerp, tumor of verdraaiing. Dit kan leiden tot ernstige buikpijn, braken en snelle achteruitgang van de algemene toestand. De diagnose gebeurt met klinisch onderzoek en beeldvorming. Vaak is een snelle medische of chirurgische ingreep noodzakelijk om levensbedreigende complicaties te voorkomen.


Interne geneeskunde| Lever & pancreas
Lever- en alvleesklieraandoeningen uiten zich vaak vaag, maar kunnen ernstig zijn. Hier lees je de belangrijkste onderwerpen.
Verhoogde leverwaarden in het bloed kunnen wijzen op leveraandoeningen zoals hepatitis of galwegproblemen. Ze geven aan dat levercellen beschadigd zijn of onder stress staan. Aanvullend onderzoek is vaak nodig om de oorzaak te achterhalen. De verdere aanpak hangt af van de onderliggende aandoening en de ernst ervan.
Aandoeningen van de galblaas, zoals een mucocele of infecties, kunnen ernstige gezondheidsproblemen veroorzaken. Ze gaan vaak gepaard met buikpijn, braken en afwijkende leverwaarden. De diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek en beeldvorming, meestal echografie. Afhankelijk van de ernst is een medische of chirurgische behandeling aangewezen.
Pancreatitis is een ontsteking van de alvleesklier die ernstige buikpijn kan veroorzaken. De aandoening kan gepaard gaan met braken, sloomheid en eetlustverlies en kan levensbedreigend zijn. De diagnose steunt op klinische symptomen, bloedonderzoek en beeldvorming. De behandeling is ondersteunend en gericht op pijnstilling, stabilisatie en herstel van de orgaanfunctie.
Bij een portosystemische shunt stroomt bloed gedeeltelijk langs de lever, waardoor afvalstoffen onvoldoende worden gefilterd. Dit kan leiden tot neurologische, gastro-intestinale en groeiproblemen. De diagnose vereist gespecialiseerd bloedonderzoek en beeldvorming. Afhankelijk van het type shunt kan een chirurgische correctie of medische ondersteuning worden toegepast.


Interne geneeskunde| Nieren & urinewegen
Nier- en blaasproblemen komen vaak voor en kunnen chronisch of acuut zijn. Dit onderdeel bundelt de belangrijkste thema’s.
Nierinsufficiëntie kan acuut ontstaan of zich geleidelijk ontwikkelen tot een chronisch probleem. Beide vormen leiden tot een verminderde uitscheiding van afvalstoffen uit het lichaam. Symptomen kunnen variëren van sloomheid en verminderde eetlust tot ernstige algemene ziekteverschijnselen. De behandeling is afhankelijk van de vorm en ernst en richt zich op ondersteuning van de nierfunctie.
Urineweginfecties zijn een veelvoorkomende oorzaak van plasklachten bij huisdieren. Ze kunnen leiden tot vaker plassen, pijn bij het urineren en soms bloed in de urine. De diagnose wordt gesteld met urineonderzoek en eventueel kweek. De behandeling bestaat meestal uit gerichte antibioticatherapie en opvolging.
Incontinentie is het ongewild verlies van urine en kan verschillende oorzaken hebben. Het probleem komt voor bij zowel jonge als oudere dieren. Een gerichte diagnostische aanpak is nodig om de onderliggende oorzaak te achterhalen. De behandeling is afhankelijk van die oorzaak en kan medicamenteus of ondersteunend zijn.
Urineafwijkingen zoals pollakisurie en dysurie wijzen op stoornissen van de urinewegen. Ze kunnen gepaard gaan met pijn, moeite bij het plassen of veranderingen in de urine. Een grondig klinisch onderzoek en urineanalyse zijn nodig om de oorzaak te bepalen. De behandeling richt zich op het onderliggende probleem.
Blaas- en nierstenen kunnen de urineafvoer belemmeren en zo een acute obstructie veroorzaken. Dit kan leiden tot pijn, moeilijk plassen en ernstige algemene klachten. De diagnose gebeurt met beeldvorming en urineonderzoek. Afhankelijk van de situatie is een medische of chirurgische behandeling noodzakelijk.


Interne geneeskunde| Hormoonstelsel (endocrino)
Hormonale aandoeningen beïnvloeden vaak het hele lichaam. Dit onderdeel bundelt de belangrijkste ziekten en hun aanpak.
Diabetes mellitus is een veelvoorkomende stofwisselingsziekte bij honden en katten. De aandoening ontstaat door een tekort aan of ongevoeligheid voor insuline. Typische klachten zijn meer drinken en plassen, gewichtsverlies en sloomheid. De behandeling bestaat uit insulinetherapie in combinatie met een aangepast dieet en regelmatige opvolging.
De ziekte van Addison is een aandoening waarbij de bijnierschors onvoldoende hormonen produceert. Dit kan leiden tot sloomheid, braken, diarree en soms een acute levensbedreigende crisis. De diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek en specifieke hormoontesten. Met een correcte hormonale behandeling kan de aandoening goed onder controle worden gehouden.
De ziekte van Cushing is een aandoening waarbij het lichaam te veel cortisol aanmaakt. Dit kan leiden tot symptomen zoals overmatig drinken en plassen, haarverlies en spierzwakte. De diagnose vereist specifiek hormonaal onderzoek. De behandeling is gericht op het verlagen van de cortisolproductie en het onder controle houden van de klachten.
Schildklierproblemen ontstaan door een te traag of te snel werkende schildklier. Hypothyroïdie en hyperthyroïdie veroorzaken elk specifieke klinische klachten. De diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek. De behandeling is gericht op het normaliseren van de schildklierfunctie.
Bijschildklierproblemen, zoals hyperparathyroïdie, beïnvloeden de calcium- en fosforhuishouding van het lichaam. Deze stoornissen kunnen leiden tot botafwijkingen, spierzwakte en andere systemische klachten. Ze komen relatief zelden voor, maar vereisen een nauwkeurige diagnostiek. De diagnose wordt gesteld met bloedonderzoek en aanvullende beeldvorming.


Interne geneeskunde| Bloed & lymfe
Aandoeningen van bloed en lymfe beïnvloeden zuurstoftransport, stolling en afweer. Dit onderdeel geeft een overzicht.
Anemie, of bloedarmoede, kan verschillende oorzaken hebben, waaronder infecties, bloedverlies of immuungemedieerde aandoeningen. Het leidt vaak tot sloomheid, bleekheid en verminderde inspanningstolerantie. De diagnose wordt gesteld via bloedonderzoek. De behandeling is afhankelijk van de onderliggende oorzaak.
Stollingsstoornissen zijn aandoeningen waarbij de bloedstolling niet normaal verloopt. Ze kunnen leiden tot spontane bloedingen of juist een verhoogde bloedingsneiging bij letsels. Oorzaken variëren van aangeboren afwijkingen tot verworven ziekten. De diagnose en behandeling vereisen gericht bloedonderzoek en aangepaste therapie.
Vergrote lymfeklieren kunnen wijzen op infecties, ontstekingen of neoplastische aandoeningen. Ze kunnen lokaal of gegeneraliseerd voorkomen. De beoordeling gebeurt via klinisch onderzoek en eventueel cytologisch of histologisch onderzoek. De verdere aanpak hangt af van de onderliggende oorzaak.
Pancytopenie is een aandoening waarbij rode bloedcellen, witte bloedcellen en bloedplaatjes verlaagd zijn. Dit kan leiden tot sloomheid, verhoogde infectiekans en bloedingsneiging. De oorzaak ligt vaak in aandoeningen van het beenmerg of systemische ziekten. Een uitgebreide bloedanalyse en aanvullend onderzoek zijn nodig om de onderliggende oorzaak te bepalen.
Immuungemedieerde aandoeningen zoals IMHA en IMTP ontstaan wanneer het afweersysteem eigen bloedcellen aanvalt. Deze ziekten kunnen acute en ernstige klachten veroorzaken, waaronder zwakte en bloedingsneiging. De diagnose steunt op bloedonderzoek en aanvullende testen. De behandeling bestaat uit het onderdrukken van de immuunreactie en ondersteunende zorg.


Interne geneeskunde| Infectieziekten
Infecties spelen een rol in veel interne ziekten. Dit onderdeel bundelt de belangrijkste categorieën.
Koorts van onbekende oorsprong wordt vastgesteld wanneer de oorzaak van aanhoudende koorts niet direct kan worden gevonden. FUO kan het gevolg zijn van infectieuze, inflammatoire of neoplastische aandoeningen. Een systematische en vaak uitgebreide diagnostische aanpak is noodzakelijk. Het doel is het identificeren en behandelen van de onderliggende oorzaak.
Systemische infecties zijn aandoeningen waarbij ziekteverwekkers zich door het hele lichaam verspreiden. Ze kunnen leiden tot koorts, sloomheid en aantasting van meerdere organen. De diagnose vereist vaak uitgebreid bloedonderzoek en aanvullende testen. Een snelle en gerichte behandeling is essentieel om ernstige complicaties te voorkomen.
Virale infecties spelen een belangrijke rol bij verschillende ziekten bij huisdieren. Voorbeelden zijn FeLV, FIV en FIP. Deze infecties kunnen het immuunsysteem aantasten en uiteenlopende klinische klachten veroorzaken. Diagnostiek en opvolging zijn belangrijk voor prognose en verdere begeleiding.
Bacteriële infecties kunnen verschillende organen aantasten en ernstige systemische ziekte veroorzaken. Ze gaan vaak gepaard met koorts, sloomheid en orgaanspecifieke klachten. De diagnose steunt op klinisch onderzoek, bloedtesten en soms kweek. De behandeling bestaat uit gerichte antibioticatherapie en ondersteunende zorg.
Vectorziekten worden overgedragen door teken of andere insecten. Voorbeelden zijn infecties met Ehrlichia, Leishmania en Borrelia. Deze aandoeningen kunnen uiteenlopende klachten veroorzaken, zoals koorts, kreupelheid en gewichtsverlies. De behandeling is gericht op de specifieke verwekker en het ondersteunen van het dier.


Oncologie| Wat is kanker bij dieren?
Kanker is een verzamelnaam voor ziekten waarbij lichaamscellen zich ongecontroleerd delen. De aard en ernst variëren sterk naargelang het type tumor en het getroffen orgaan.
Goedaardige tumoren groeien meestal langzaam, blijven lokaal en zaaien niet uit. Kwaadaardige tumoren (kanker) dringen omliggende weefsels binnen en kunnen metastaseren naar organen zoals longen, lever of lymfeklieren. Een correcte differentiatie tussen beide is essentieel voor prognose en behandeling.
Bij honden komen onder meer mastceltumoren, melkkliertumoren, lymfomen en hemangiosarcomen vaak voor. Bij katten zijn dat onder andere plaveiselcelcarcinomen, melkkliertumoren en lymfomen. De frequentie verschilt per ras, leeftijd en geslacht. Vroege herkenning verhoogt de kans op succesvolle behandeling.


Oncologie| Hoe stellen we kanker vast?
Diagnose begint altijd met een grondig klinisch onderzoek, gevolgd door gerichte testen om het type en stadium van de tumor te bepalen.
De dierenarts onderzoekt het dier systematisch en beoordeelt eventuele zwellingen, lymfeknopen of organomegalie. Het doel is om verdachte letsels te lokaliseren en bijkomende onderzoeken te plannen.
Beeldvorming helpt om de tumor te lokaliseren, grootte te bepalen en eventuele uitzaaiingen te detecteren. Echografie is nuttig voor zachte weefsels, röntgenfoto’s voor longen en skelet, terwijl CT-scan meer detail geeft bij complexe of diepgelegen letsels.
Voor een definitieve diagnose is weefselonderzoek noodzakelijk. Bij een fijne naaldaspiratie (FNA) of een incisiebiopsie worden cellen of stukjes weefsel genomen en door een patholoog onderzocht. De resultaten geven inzicht in het type tumor, graad en agressiviteit, wat de verdere behandeling bepaalt.


Oncologie| Behandelopties
De keuze van behandeling hangt af van tumorsoort, locatie, stadium en algemene conditie van het dier. Vaak worden meerdere therapieën gecombineerd om het beste resultaat te bereiken.
Chirurgische verwijdering is de eerste keuze bij veel solide tumoren, zeker als ze nog niet uitgezaaid zijn. Een ruime resectiemarge vermindert de kans op recidief. Soms volgt aanvullende bestraling of chemotherapie om microscopische resten aan te pakken.
Chemotherapie wordt toegepast bij systemische tumoren (zoals lymfomen) of als nabehandeling na chirurgie. De dosis en frequentie worden zorgvuldig afgestemd om bijwerkingen te beperken. Veel dieren verdragen deze therapie beter dan mensen.
Na behandeling blijft regelmatige controle belangrijk om hergroei of nieuwe letsels tijdig op te sporen. Het comfort en welzijn van het dier staan altijd centraal. Een aangepaste voeding en pijnbestrijding dragen bij aan een goede levenskwaliteit.


Oncologie| Veelgestelde vragen
Bij een kankerdiagnose hebben eigenaars vaak praktische en emotionele vragen over prognose, kosten en de levenskwaliteit van hun dier.
In veel gevallen wel. Sommige tumoren kunnen volledig verwijderd worden, andere kunnen langdurig onder controle blijven met medicatie of therapie. De aanpak is altijd individueel afgestemd.
De kosten variëren sterk per type onderzoek en behandeling. Een transparante bespreking vooraf helpt eigenaars om een weloverwogen beslissing te nemen.
Wanneer pijn, ademhalingsproblemen of verlies van eetlust niet meer onder controle te houden zijn, kan euthanasie een humaan en liefdevol besluit zijn. De dierenarts begeleidt eigenaars zorgvuldig in dit proces, met respect voor dier en mens.


Oogheelkunde| Oogleden
De oogleden beschermen het oog en zorgen voor een gelijkmatige verdeling van het traanvocht. Wanneer hun stand of functie verstoord is, kan dat leiden tot irritatie, pijn of blijvende schade aan het hoornvlies. Correctie van ooglidproblemen is meestal chirurgisch en gericht op het herstel van een normale sluiting en bescherming van het oog.
Cherry eye ontstaat wanneer de traanklier van het derde ooglid uitpuilt door verzwakte steunweefsels. Dit geeft een rood, bol gezwel in de binnenooghoek. De klier moet bewaard blijven om traanproductie te behouden, daarom wordt ze chirurgisch teruggeplaatst en vastgehecht in plaats van verwijderd.
Ooglidtumoren komen vaak voor bij oudere dieren. De meeste zijn goedaardig, maar ze kunnen irritatie veroorzaken of het zicht hinderen. Chirurgische verwijdering is meestal curatief en gebeurt met behoud van de natuurlijke vorm van het ooglid.
In sommige gevallen, zoals bij een niet te redden oog, een kwaadaardige tumor of oncontroleerbare pijn, is het noodzakelijk het oog te verwijderen. De ingreep wordt enkel uitgevoerd wanneer alle andere behandelingen uitgeput zijn. Het dier past zich nadien meestal goed aan en behoudt een uitstekende levenskwaliteit.


Oogheelkunde| Traanproductie & traanwegen
Tranen smeren en beschermen het oog tegen uitdroging en infecties. Een verstoring van de traanproductie of -afvoer leidt snel tot irritatie, ontsteking of juist overmatig tranen. Een traanproductietest en inspectie van de traanwegen helpen de oorzaak vast te stellen.
Keratoconjunctivitis sicca (KCS) ontstaat door onvoldoende traanproductie. Het oog droogt uit, raakt ontstoken en kan troebel worden. De aandoening is vaak chronisch en vraagt levenslange behandeling met oogdruppels die de traanproductie stimuleren en het oppervlak beschermen.
Een blokkade in het traankanaal verhindert de normale afvoer van tranen, waardoor het oog continu vochtig lijkt of ontstoken raakt. Onderzoek gebeurt via contrastspoeling. Behandeling bestaat uit het doorspoelen of chirurgisch openen van het kanaal.


Tandheelkunde| Hond & kat
Bij honden en katten komen tandheelkundige aandoeningen veel voor, vooral tandsteen, tandvleesontsteking en tandverlies. Door tijdig tussen te komen kunnen ernstige complicaties worden voorkomen. Behandelingen variëren van tandsteenreiniging tot extracties of endodontische ingrepen, afhankelijk van de ernst van het probleem.
Tandsteen ontstaat door de verkalking van tandplak en vormt de belangrijkste oorzaak van tandvleesontsteking en slechte adem. Tijdens een tandsteenreiniging worden afzettingen boven en onder het tandvlees verwijderd. De behandeling gebeurt onder anesthesie, gevolgd door polijsten om nieuwe aanslag te vertragen. Regelmatige reiniging helpt tandverlies te voorkomen.
Wanneer een tand te zwaar is aangetast door infectie of afbraak van het kaakbot, is extractie de enige oplossing. De ingreep verloopt onder verdoving en wordt uitgevoerd met aandacht voor pijnstilling en nazorg. Extracties verlichten pijn en voorkomen verspreiding van ontsteking.
Beschadigde tanden kunnen soms behouden blijven via endodontische behandeling, waarbij de tandholte wordt schoongemaakt en opgevuld. Dit voorkomt verdere infectie en behoudt de functionaliteit van de tand. Bij te ernstige schade wordt de tand alsnog verwijderd.
Kaakfracturen bij honden en katten ontstaan meestal door trauma, zoals een aanrijding, een val of een beet van een ander dier. Ze kunnen zorgen voor pijn, moeite met eten, overmatig speekselen en soms zichtbare scheefstand van de kaak. Omdat de kaak een belangrijke rol speelt bij eten, ademhalen en comfort, is snelle diergeneeskundige beoordeling essentieel. De behandeling varieert van rust en aangepaste voeding tot chirurgische stabilisatie, afhankelijk van de ernst en locatie van de breuk. Een tijdige en correcte aanpak vergroot de kans op een goed herstel aanzienlijk.
Ontwikkelingsstoornissen binnen de tandheelkunde bij honden en katten ontstaan tijdens de groei van het gebit en kunnen zowel de melktanden als de blijvende tanden aantasten. Voorbeelden zijn het uitblijven van tanddoorbraak, persisterende melktanden, afwijkende stand van de tanden of glazuurdefecten. Deze problemen kunnen leiden tot pijn, ontstekingen, problemen met eten en een verhoogd risico op parodontale aandoeningen. Vroege opsporing en tijdige diergeneeskundige begeleiding zijn belangrijk om blijvende schade te voorkomen.


Weke delen chirurgie| Buikholte
De buikholte bevat tal van organen, waardoor chirurgie hier uiteenlopende ingrepen kan omvatten: van herniaherstel tot spoedoperaties bij interne bloedingen.
Bij ernstige of onduidelijke buikproblemen kan een exploratieve laparotomie nodig zijn. Hierbij worden alle buikorganen systematisch onderzocht om de oorzaak van de klachten vast te stellen. Vaak worden biopten genomen of letsels direct behandeld tijdens dezelfde ingreep. Dit kan levensreddend zijn bij spoedgevallen zoals interne bloedingen of perforaties. Goede postoperatieve monitoring is onmisbaar.
Een liesbreuk ontstaat wanneer buikinhoud, zoals vet of darmen, door een opening in de buikwand ter hoogte van de lies naar buiten puilt. Bij inklemming kan dit snel levensbedreigend worden. Chirurgisch herstel bestaat uit het terugplaatsen van de inhoud en het sluiten van het defect. Deze ingreep voorkomt recidief en complicaties. Vooral bij niet-gesteriliseerde teven komt dit vaker voor.
Een navelbreuk wordt vaak al bij pups vastgesteld als een zachte zwelling op de buikwand. Kleine breuken kunnen spontaan sluiten, maar grotere defecten hebben risico op inklemming van organen. Chirurgische sluiting is de meest veilige aanpak. De ingreep is relatief eenvoudig en heeft doorgaans een goede prognose. Bij fokdieren wordt vaak sterilisatie tegelijk uitgevoerd om erfelijkheid te vermijden.


Weke delen chirurgie| Lever, milt & pancreas
Deze organen vervullen essentiële functies in de spijsvertering en bloedaanmaak. Chirurgie is vaak nodig bij tumoren, letsels of acute ontstekingen.
De milt wordt verwijderd bij rupturen, tumoren of bloedziekten die levensbedreigend bloedverlies veroorzaken. Voorafgaande beeldvorming en bloedonderzoek zijn essentieel om de oorzaak vast te stellen. Tijdens de operatie wordt de milt met zijn bloedvaten zorgvuldig afgebonden en verwijderd. Histopathologisch onderzoek bepaalt de onderliggende aandoening. Veel dieren herstellen goed en kunnen zonder milt verder leven.
Bij levermassa’s of lokaal beperkte letsels kan een deel van de lever chirurgisch verwijderd worden. Dankzij de regeneratieve capaciteit van de lever is herstel vaak mogelijk. De operatie vergt uitgebreide beeldvorming om de exacte lokalisatie te bepalen. Goede hemostase tijdens de ingreep is cruciaal om complicaties te vermijden. Postoperatief wordt de leverfunctie nauwgezet gecontroleerd.
Chirurgische verwijdering van de galblaas (cholecystectomie) is aangewezen bij mucocele, galstenen of chronische ontsteking. Zonder behandeling bestaat kans op ruptuur en peritonitis. Vooraf wordt de diagnose bevestigd met echografie en soms CT. Tijdens de ingreep wordt de galblaas volledig verwijderd, waarna de galwegen hun functie behouden. Het herstel is doorgaans goed.
Een gedeeltelijke verwijdering van de pancreas kan nodig zijn bij tumoren zoals insulinomen. De ingreep is technisch uitdagend en heeft risico op postoperatieve pancreatitis of diabetes mellitus. Goede selectie van patiënten en uitgebreide monitoring zijn daarom onmisbaar. Postoperatief dieet en soms medicatie ondersteunen het herstel.


Weke delen chirurgie| Maag- en darmstelsel
Het spijsverteringsstelsel kan door obstructies, torsies of tumoren ernstig verstoord raken. Chirurgie is vaak noodzakelijk om een normale passage en functie te herstellen.
Wanneer een huisdier een vreemd object inslikt, kan dit leiden tot een obstructie van maag of darmen. Afhankelijk van de locatie wordt gekozen voor gastrotomie, enterotomie of colectomie. Tijdige verwijdering voorkomt ernstige complicaties zoals perforatie of peritonitis. Postoperatief is het herstel doorgaans goed, mits er geen weefselnecrose aanwezig was.
Een maagdilatatie-volvulus (GDV) ontstaat wanneer de maag uitzet en vervolgens om zijn as draait. Hierdoor raakt de bloedtoevoer afgesneden en ontstaat een acute levensbedreigende situatie. Symptomen zijn opgezwollen buik, rusteloosheid en vruchteloze braakpogingen. De behandeling bestaat uit een spoedoperatie waarbij de maag wordt teruggedraaid en vastgezet (gastropexie). Intensieve monitoring na de ingreep is noodzakelijk voor overleving.
Een gastropexie wordt preventief uitgevoerd bij honden met hoog risico op een maagkanteling of curatief tijdens een spoedingreep. Hierbij wordt de maag chirurgisch vastgezet aan de buikwand. Dit verkleint de kans op recidief aanzienlijk. Vaak wordt deze ingreep gecombineerd met sterilisatie of andere abdominale chirurgie.
Tumoren, prolaps of stricturen van de anus en endeldarm vereisen vaak chirurgisch ingrijpen. Deze operaties zijn technisch uitdagend door de beperkte ruimte en nood aan behoud van sluitspierfunctie. Goede voorbereiding en nazorg zijn cruciaal om complicaties zoals incontinentie te vermijden.
Chronisch ontstoken of abcederende anaalklieren kunnen blijvende problemen veroorzaken. Verwijdering (sacculectomie) biedt een definitieve oplossing. De ingreep vraagt precisie om zenuwschade en incontinentie te voorkomen. Het herstel is doorgaans goed, met blijvende verlichting van klachten.


Weke delen chirurgie| Nieren & urinewegen
Chirurgie aan de urinewegen richt zich op het herstellen van de doorgang van urine, het verwijderen van stenen of tumoren, en het behandelen van aangeboren of verworven afwijkingen aan nieren, blaas en urethra.
De meest voorkomende reden voor blaasingrepen is de verwijdering van urinestenen of tumoren. Tijdens een cystotomie wordt de blaas geopend, de oorzaak verwijderd en het slijmvlies nauwkeurig gesloten. Postoperatieve zorg bestaat uit vochttherapie en controle van de urineproductie. De prognose is doorgaans uitstekend.


Weke delen chirurgie| Voortplanting & reproductie
Chirurgie binnen dit domein richt zich op aandoeningen van baarmoeder, eierstokken, testikels en prostaat, maar ook op aangeboren afwijkingen en voortplantingsproblemen.
Sterilisatie (ovariohysterectomie of ovariectomie) bij teven en poezen voorkomt ongewenste dracht, loopsheid en hormonale aandoeningen zoals pyometra. Bij reuen en katers vermindert castratie ongewenst gedrag en risico op prostaatproblemen. De ingreep verloopt onder volledige anesthesie en herstel is meestal vlot.
Een keizersnede is noodzakelijk bij moeilijke bevallingen, grote nesten of te smalle bekken. Snel ingrijpen voorkomt sterfte bij moeder en jongen. De operatie verloopt via een gecontroleerde incisie in de baarmoeder, waarna de pups veilig verwijderd worden. Nazorg omvat wondverzorging en lactatie-ondersteuning.
Een baarmoederontsteking is een ernstige hormonale aandoening bij niet-gesteriliseerde teven. Chirurgische verwijdering van baarmoeder en eierstokken is de enige curatieve behandeling. Zonder snelle interventie kan sepsis optreden. Postoperatief worden antibiotica en vochttherapie toegediend.
Vergrote of ontstoken prostaten kunnen leiden tot pijn, plasproblemen en constipatie. Bij tumoren of cysten wordt soms gedeeltelijke of volledige verwijdering uitgevoerd. Deze ingreep vraagt nauwkeurigheid om de urinewegen te sparen. Castratie is vaak onderdeel van de behandeling.


Weke delen chirurgie| Reconstructieve chirurgie
Reconstructieve chirurgie richt zich op het sluiten van wonden, herstel van huiddefecten en correctie van littekens of misvormingen na trauma of tumorverwijdering.
Bij grote huiddefecten worden transplantaten of lokale flappen gebruikt om het weefsel te herstellen. De keuze hangt af van grootte, locatie en doorbloeding van de wond. Goede wondvoorbereiding is essentieel voor succes. Postoperatief toezicht voorkomt infectie en necrose.


Weke delen chirurgie| Spoedchirurgie
Spoedchirurgie is noodzakelijk bij levensbedreigende aandoeningen zoals bloeding, torsie of orgaanruptuur. Snelle diagnose en beslissingskracht zijn cruciaal.
Bij verkeersongevallen of bijtwonden kunnen meerdere organen en weefsels tegelijk beschadigd raken. Stabilisatie van de patiënt heeft prioriteit, gevolgd door chirurgisch herstel van vitale structuren. De behandeling is vaak multidisciplinair.
Bij interne bloedingen, bijvoorbeeld door miltruptuur of gescheurde lever, moet de bloeding snel gelokaliseerd en gestelpt worden. Hemostase en volumeherstel staan centraal. Tijdig ingrijpen voorkomt orgaanfalen.
Deze aandoeningen behoren tot de meest urgente spoedgevallen in de diergeneeskunde. Chirurgie moet onmiddellijk plaatsvinden na stabilisatie.